De sloten verkoelen de vogelstraten
In de schaduw van de dijk voor de Lek
Een stukje hoger wateren otters en bevers de bosdieren
Van groot tot klein is er plek
Verderop dobberen de eenden in het meer
De vlinders omringen de gracht van de graaf
Fladderen vrolijk heen en weer
Daarnaast, in Lokkershoek, kunnen de voorvaderen
een plons wagen
Nu het zand is uitgegraven
De sporthelden zitten aan de overkant
Van het forteneiland, door water omrand
De linkerhoek is nog wat nieuwer
Gefocust op buiten
Ook daar kan je weer op een Lokkersmeer stuiten.

Anouck den Hartog, jonge stadsdichter
↑Back to Top